Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Kok blogt’ Category

Soms zijn commentaren op opiniestukken zo mooi en treffend, dat zij het waard zijn om in het zonnetje gezet te worden. Graag ruim ik hier een plaats ik voor Dr. Bob.

Dr. Bob reageerde op een stuk op Joop.nl waarin gemeld wordt dat De Volkskrant heeft de hand weten te leggen op een advies van de Europese Commissie. Daarin adviseert de Europese Commissie Nederland met klem om de hypotheekaftrek geheel of gedeeltelijk af te schaffen. Een deel van zijn commentaar:

Toen ik nog in Australië resideerde heb ik vrienden weleens de Nederlandse hypotheekrente aftrek proberen uit te leggen. Ze keken je aan als een gans naar een gele peen, een te bizar concept dat ze niet konden bevatten.
Als ik dan over aflossingsvrije hypotheken begon haakten de meesten af in de veronderstelling dat ik m’n tabletjes was vergeten in te nemen.
Als ik dan vertelde dat de meeste mensen in Nederland, ondanks de in Australiese ogen paradijselijke voorwaarden, tóch liever huurden, gingen ze meestal aan een ander tafeltje zitten. Ik was duidelijk krankzinnig.

In Australië was de rente destijds 14%, niet aftrekbaar en bovendien moest je iets van 30% eigen geld meenemen.
Tóch kocht iedereen en begonnen ze op een zo vroeg mogelijke leeftijd. Een leeftijd waarop de meesten nog op school zaten.
Uiteraard met hulp van ouders. Ze konden het zich niet veroorloven om zelf in zo’n flatje te gaan wonen, dus gingen er huurders in.

Read Full Post »

Mijn vader heeft knalhard gewerkt voor zijn geld. Aan het eind van de maand werd zijn bruto salaris netto uitbetaald of overgemaakt. Minimaal 35 procent foetsie. Van dat netto salaris heeft hij boodschappen gedaan en een tv gekocht. Negentien procent foetsie. Wat hij over hield, heeft hij gespaard. En daarover heeft hij destijds ofwel vermogensbelasting betaald, danwel heeft hij er 1,2 procent rendementsheffing over betaald. Ook foetsie.

Toen hij dood ging kreeg ik mijn kindsdeel. Lugubere in het zwart geklede lieden wachten de hele dag aan een formica tafeltje in een uithoek van het belastinggebouw, tot zij van de gemeente een seintje krijgen dat iemand het tijdelijke voor het eeuwige heeft verruild. Successierechten. Minimaal tweeëntwintig procent foetsie.

Gisteren heb ik mijn vaders nalatenschap bij Albert Heijn omgezet in levensmiddelen en de rest in een racefiets en drank. Van de door mijn vader ooit verdiende gulden of euro kon mijn broer nog net drie zakken zoute pinda’s kopen.

Moraal van het verhaal. Van vaders zuur verdiende gulden is nog geen kwart overgebleven. Ruim driekwart is in het krijtstreepkostuum van iemand uit Den Haag verdampt. Gezien de uitkomsten van de bouwfraude-enquête zijn ze misschien wel van mijn vaders geld naar de hoeren geweest.

Ik ga dus stoppen met dit grote verdwijncircus. Ik vind Rutte een geinig kereltje. Een goedlachs lief sulletje die ik liever voor me houd. Maar hij krijgt niks meer. Ik stop met kopen en ik ga ruilen. Vlees voor bier en een fiets voor een slaapkamermeublement. Nieuwe autobanden voor een paar kroppen sla. Een verbouwing aan mijn huis voor een jaar lang haren knippen. Een adviesje voor een adviesje. Ik stop met die malle molen. Ik start mijn eigen economie.

De tijd dat je in vertrouwen belasting afdroeg aan een regering die er goede dingen mee deed, is al lang verleden tijd. Rutte koopt JSF-en waarvan we nog niet weten of ze kunnen vliegen of hij laat een volstrekt onnodige Blankenburgtunnel bouwen. Alsof we nog niet geleerd hebben van een onrendabele Betuwelijn van de ministers Maij-Weggen, Jorritsma, Netelenbos, en Peijs die naast een prachtig water is aangelegd. Prutsministers, zonder visie en met een horizon van maximaal vier jaar, scheppen er kennelijk behagen in om mensen te onteigenen omdat er een hele drukke spoorlijn nodig is. Tenminste, volgens lobbyisten, partijgenoten en andere kroegtijgers die er verstand van zeggen te hebben. Stoppen met die onzin.

Vanaf vandaag ga ik ruilen. Geen bonnetjes en zeker geen BTW. Ik zie die toegevoegde waarde niet. Iedereen die er behoefte aan heeft die kan bij mij thuis komen kijken of er iets van zijn of haar gading bij is. Graag ook even een lijstje meenemen met diensten of producten die hij of zij in de aanbieding heeft. Mijn eega en ik willen graag nog een keer een wereldreis maken. Is er een reisbureau die iets wil ruilen?

Read Full Post »

Jezus helpt altijd

Op 15 augustus moet je niet proberen om in Frankrijk je financiën op orde te brengen. Feestdag. Eeuwen geleden is er waarschijnlijk een gesjeesde bisschop met z’n brommer tegen een boom gereden ofzo. Boom werd heilig verklaard en, hoppa, er was weer een nationale vrije dag geboren.

Linda had al ons Taschengeld opgemaakt. De bodem van onze minischatkist was zichtbaar. Tegen beter weten in besloten we het om op deze memorabele datum geld uit de muur te halen. Zo vlak na het Eurocheque tijdperk was dit nog geen simpel klusje. We gingen samen op pad.

Nadat we bij La Poste bot hadden gevangen werd een lokale vestiging van Crédit Agricole, aan de overkant van de weg, ons volgende doelwit. De bank was in verband met die boom gesloten. De voordeur ook. In het glazen voorportaal stond onze flappertapper te glimmen in het zonnetje.

Naast de voordeur zat een magneetstreeplezer gemonteerd. Het kon niet anders zijn dan dat we daar onze bankkaart door moesten halen. Is het nou de magneetstrip voor je houden of juist van je af? Van boven naar beneden of net andersom? Langzaam of snel? Na alle 32 pogingen bleef de deur hermetisch gesloten. Met het zonnetje in mijn nek, gutste het zweet van mijn hoofd. Wat gaan we nou beleven? Dan maar opnieuw proberen. Dat de bank gesloten was is nog tot daar aan toe, maar je moest toch wel bij dat apparaat kunnen komen? Uiterst voorzichtig herhaalden we alle varianten nog een keer. De deur was en bleef dicht.

Ruim een uur later gaven we het op. We wisten het zeker. Die Fransen hadden ook de voordeur op slot gedaan. Rare lui. Dat hadden ze wel eens even mogen zeggen. Teleurgesteld en met een hoog hoe-lossen-we-dit-in-hemelsnaam-nu-weer-op-gehalte liepen terug naar onze auto op het verlaten parkeerterrein.

Naast onze Duitse bolide stopte een krakkemikkig Peugeootje. Een vers van de akkers gerukt Frans boertje smeet het portier achter zich dicht terwijl hij ons groette. Hij beende zich naar het voorportaal. Met een katachtige Bruce Lee beweging plantte hij zijn rechter klomp tegen de deurkruk van de glazen voordeur. Met een klap sprong de deur open en hij begon voor onze ogen te pinnen. Alsof er niets aan de hand was. Dit zijn van die momenten dat beschaving tegen je werkt. Dat je je realiseert dat brutalen de halve wereld hebben.

Pas nadat we heel zeker wisten dat het mannetje uit ons blikveld was verdwenen, besloten wij nog een poging te doen. Met een jolige karatekrap zette ik mijn Jezusslipper horizontaal tegen de glazen voordeur. Wat Franse boertjes kunnen, kan Jezus ook. Binnen no-time had Linda haar probleem opgelost en konden we verder met ons leven.

Read Full Post »

Wij houden van de markt. In het centrum bij de Blaak of het Afrikaanderplein op Zuid. Zo af en toe nemen we de trein om ons te laten onderdompelen in onbekende kleuren en geuren. De markt als smeltkroes die ons leven zoveel rijker maakt. Gewoon rondsnuffelen en mensen kijken. Niks moet. We genieten van een Mediterrane sfeer op hemelsbreed nog geen twintig kilometer van ons huis.

Tot nog maar een paar jaar geleden kocht je op de markt met je ogen en met je verstand. Een lapje stof voor mijn moeder of een simlock laten verwijderen. Bloemkool en appels. Altijd wel een paar komkommers mee en een bos bloemen. Tegenwoordig is er een dimensie bijgekomen. Je voelt en je proeft. En je onderhandelt. Het is leuker geworden. Warmer en verrassender. Op de markt hebben we voor het eerst kennis gemaakt met dragonfruit, okra en Turks brood. Eerst proeven, dan heel snel nadenken over wat je ermee kunt doen en dan kopen. Altijd teveel.

Vast onderwerp op onze boodschappenlijst is de ”moot vis” geworden. Forel, roggevleugel, zalm, scholletjes of rode poon. Eerst kijken wat er mooi en vers uitziet. Bij de bestelling zalmforel van vorige week meldde ons Turkse visboertje dat ”die Marokkaan om de hoek” mooi amandelschaafsel had. De oogverblindend mooie Marokkaanse, die aangaf niet van noten te houden, stelde de doorverwijzing erg op prijs. Een state-of-the-art variant op het drielandenpunt.

We genieten van de krioelende mensenmassa. Moeders met boodschappenkarretjes, kinderen, scootmobielen, yuppen. Lang, kort, wit, bruin en zwart. Het deert ons niet dat je niet even kunt opschieten. We schuifelen gewoon mee. Van kaas naar haring en van nephorloges naar de loempiakraam. Bram Ladage is nog steeds lekker maar inmiddels oldskool. De markt is een heerlijk zaterdags uitje waar we geen genoeg van krijgen. Sinds een paar jaar sluiten we ons bezoek af met een döner kebab. Ingepakt sjouwen we ze mee naar de bankjes in het aangrenzende park en begint een volgende episode van genieten. Tussen de ogenschijnlijk vrolijk picknickende families, maken wij onze nieuwe aanwinst soldaat. Het liefst in het zonnetje.

Ogenschijnlijk vrolijk. Wij gaan voor ons plezier naar de markt. De markt is een uitje, een beetje vakantie. Toch, als je verder kijkt, dan zie je dat niet iedereen voor z’n plezier aan het sjouwen is. De uitpuilende boodschappenkarretjes, de volle treeplank van de scootmobiel en de jongetjes met plastic zakken aan iedere hand, verraden noodzaak en soberheid. Onze wekelijkse hoeveelheid groenten en fruit wordt bijgevuld vanuit de volgestouwde schappen van Albert Heijn en de nog beter gesorteerde groenteman. Zij moeten het de hele week doen met het aanbod van die zaterdag.

De aangrenzende rommelmarkt ademt niet alleen maar vakantiegevoel. De vervanging van onze manshoge no-frost, low energy inbouwmodel koelkast staat niet op de markt. Er staan alleen beschadigde tafelmodellen waarbij je niet moet zeuren over een ontbrekende groentela. Banken, tafels, kostuums en lampen komen direct van de handelaar die inboedels opkoopt en ze op de markt hoopt te slijten. Soms verkopen ze wat. Maar meestal staat het bankstel met de versleten armleuningen er maanden later nog. Ongeprijsd, maar voor een koopje.

De wekelijkse markt is verworden tot een bizarre symbiose van een multiculturele happening en een plaats waar arm en rijk elkaar ontmoet. Een plek waar gelukzoekers, vakantievierders, en dagjesmensen kennis kunnen maken met dagelijkse zorgen van de lokale bevolking. En dat onder het genot van Mediterrane geuren en kleuren. Als het mooi weer is gaan we zaterdag weer naar de markt. Voor oude kaas, vers van het mes en mango’s. Maar vooral om te beseffen hoe ongelofelijk rijk we eigenlijk zijn.

Read Full Post »

Ik was die avond vroeg naar bed gegaan. Gewoon even geen zin om ergens aan te denken. In mijn derde remslaap, midden in de nacht, werd ik opgeschrikt door het geluid van de deurbel. Nog niet helemaal wakker schoot ik mijn ochtendjas aan en liep met een zompig hoofd de trap af. In het schijnsel van het lantaarnpaallicht zag ik een paar mensen staan. Een van hen herkende ik. Robert van der Brink.

Robert? Wat moest hij bij mij? ”Hallo” zei hij tegen mij ”Jij bent Adrie? Ik knikte. ”Jij bent verliefd” ging Robert verder ”op Chef. Chef C. toch?”. ”Ja dat klopt, maar hoe weet jij dat?” Dat vertel ik je allemaal in de bus. Trek snel wat kleren aan en pak een koffertje in voor een paar dagen. En vergeet je paspoort niet”.

In de All-you-is-love-bus zaten nog meer mensen. Ik was de laatste die werd opgehaald. Er heerste een uitgelaten stemming. Nog een uur tot Schiphol.

Al snel bleek dat Robert een mooie brief had gekregen van ene Yvonne van B. Die kende ik goed. Yvonne is een gezamenlijke vriendin van Chef en mij. Yvonne is een warm en goed mens en zij had onze ontluikende interesse in elkaar zien ontstaan. Ze kende de knellende culturele achtergrond van Chef had het daarom nodig gevonden om Robert van der Brink een brief te schrijven. De brief was op de redactie ingeslagen als een bom. ”Dit verduidelijkt veel” zei ik tegen Robert. ”Ik heb nu ook idee wat mij te wachten staat”.

Robert liep naar de voorkant van de bus, pakte de microfoon en riep: ”We zijn bijna op Schiphol en stappen daar op het vliegtuig naar het sprookjeslandschap van Flåm. Dat ligt in het westen van Noorwegen”. In de bus steeg een luid gejuich op.

Na het ontbijt in het vliegtuig kwam Robert weer naast me zitten. ”Vertel eens, hoe ken jij Chef en wat doet het met je”. Onderbroken door instemmend gehum vertelde ik mijn verhaal:

”Ik ken Chef al sinds begin 2004. Hij werkt bij dezelfde baas als waar ik werkte. Ik vond het altijd al een leuke kerel maar de echte vonk sprong pas bij me over toen ik zag dat hij op LinkedIn nog maar één vriend had. Niemand wil vrienden met hem worden. Dat vind ik zielig. We hebben een paar afspraakjes met elkaar gehad. In de twee afgelopen jaren heb ik hem zes keer ontmoet in Rotterdam-Zuid. Soms met vrienden, maar twee keer zijn we een poosje samen geweest. Daar zag ik aan hem dat hij ook gevoelens voor mij heeft. Chef heeft zelfs mijn hand een keer vastgepakt. Ik weet dat het goed zit tussen ons. Chef betekent heel veel voor mij”.

Robert knikte. Hij zag dat Chef mij veel deed. Chef moest wel een goed mens zijn. Robert wilde er meer over weten: ”Kan je voorbeelden noemen hoe hij werkelijk is?” vroeg hij. Ik vertelde over Hans J. die een kliniek moest runnen maar het niet kon omdat hij aan alcohol verslaafd was. Chef heeft Hans liefdevol opgevangen en geholpen om van zijn verslaving af te komen. Chef betaalde uit zijn eigen zak 80K voor een ontwenningskuur. Of zoals hij collega Margot O. nog twee jaar doorbetaalde nadat ze in aanraking met cocaïne was gekomen. Hoe hij in het hol van de leeuw Zdravka C. een nieuwe carrière aanbood toen zij de organisatie na dertien jaar trouwe dienst wilde verlaten. Hoe respectvol hij was omgegaan met Miranda van P., John B., Xander S. en vele anderen toen ze in de put zaten. Samen met hartsvriendin Yvonne heeft Chef wonderen verricht. Het duizelde in mijn hoofd. Een lange lijst met namen schoten aan me voorbij.

Aart S., Marja W., Jessica B., Natasja Z., Maarten B., Marga van D., Theo B., Monique van de S., Martin Z., Monique van E., Kees van der Z. en anderen. Hij sprak ze allemaal op zijn eigen kamer persoonlijk toe. Chef is een echt mensenmens met het hart altijd op de goede plaats.

”Ik begrijp het” zei Robert ”Je bent helemaal hoteldebotel van die man. Ik denk zomaar dat jij een prettige tijd ga krijgen in Flåm”.

Linda schudde aan mijn schouder. ”Wat lig je te woelen? Ben je nou alweer over die kerel aan het dromen?”

NB    De namen in dit blog zijn verzonnen. Iedere gelijkenis met de werkelijkheid berust dan ook op louter toeval. Het is tenslotte een blog.

Read Full Post »

Burgemeester van Marinaleda, Juan Manuel Sanchez Gordillo

Burgemeester van Marinaleda, Juan Sanchez Gordillo

De opmerking: “Hier is geen plaats voor bankiers of investeerders” in een uitzending van het Belgische Canvas, was voor mij aanleiding om even wat verder te kijken dan de neus lang is.
De reportage laat het stadje Marinaleda in Andalusië zien waar burgemeester Juan Sanchez Gordillo een socialistischachtig werk- en leefklimaat heeft gecreëerd voor zijn inwoners. Op de muur achter zijn bureau, waar de foto van de koning van Spanje hoort te hangen, prijkt nu een portret van Che. Che beduvelde de mensen niet, vindt hij.

Marinaleda was nog geen twee decennia geleden een desolaat stadje. Een stadje dat in de dorre heuvels ver achter de kustlijn anoniem ligt te zijn en waar geen moer te doen is. Een stadje dat al jaren lijkt te slapen en waar de zoon boer wordt omdat vader ook boer is. Tien jaar eerder dan de huizencrisis in Amerika, liep de economie in Marinaleda langzaam en gestaag terug; hoge werkloosheid met de daaraan gelardeerde problemen door drank en misdaad.

De wereldwijd uit elkaar gespatte Angelsaksische bubble verergerde de situatie van het ooit zo vredige Marinaleda. De burgemeester begreep dat doormodderen op de ingeslagen weg geen toekomst had. Hij transformeerde daarom zijn dorp naar een eigen ministaat op basis van de socialistische blueprint van Che en overgoot deze met een 21-ste eeuws sausje.

Gordillo, ooit de jongste burgemeester van Spanje, definieert een aantal decennia geleden twee markante verschillen met Che. Hij introduceert een verregaande vorm van democratie. Democratie is de kurk waar zijn systeem op drijft. De inwoners bepalen alles zelf bij meerderheid. De burgemeester organiseert de vergaderingen, is griffier en voert uit. Ook de connectie met de buitenwereld blijft gehandhaafd. De gecreëerde ministaat moet functioneren binnen de bestaande democratie in Spanje. Wetten en regels gelden ook voor Marinaleda. Marinaleda is geen vrijstaat of belastingparadijs.

Een staat binnen een staat heeft uiteraard connecties met de buitenwereld. De auto’s waarin ze in Marinaleda rondrijden hebben ze niet zelf gemaakt maar zijn gekocht. Nutsvoorzieningen als water, gas en elektriciteit worden ook ingekocht. En de oogsten van het land worden ook buiten het dorp verkocht.

Iedereen is welkom om in Marinaleda te komen wonen en werken. Nieuwkomers mogen in Marinaleda zelf hun huis bouwen en afbetalen met € 15,=/maand. That’s all. Zij krijgen een bouwkavel toegewezen en de bouwmaterialen aangeleverd. In de tekeningen van de architect mogen zij naar hartenlust aanpassingen maken. Extra kamers, een tweede toilet, het maakt niet uit. Allemaal gratis beschikbaar gesteld door de gemeente. Als het huis klaar is wordt men geacht –naar vermogen- mee te draaien in en met de dorpsgemeenschap.

De reportage toont honderden bewoners die, samengepakt in het gemeentehuis, in ongeveer honderd vergaderingen per jaar, samen besluiten welke producten er verbouwd gaan worden en hoe zij verkocht zullen worden. Over hoeveel nieuwe huizen, scholen of medische voorziening er gebouwd gaan worden, welke weg te repareren, welke feesten te organiseren et cetera. Alles op basis van harmonie en overleg, maar niet vrijblijvend. De meerderheid besluit. Poolse landdagen in Zuid-Spanje. En het werkt. Al jaren.

De burgemeester verklaart dit succes aan het weglaten van zoveel mogelijk kapitalistische trekjes. In de kern verwisselt de burgemeester het elkaar beconcurreren met het in harmonie met elkaar werken en leven. Het resultaat is verbluffend. Marinaleda kent geen werkloosheid in het Spanje van 2012.

Kennelijk hebben de inwoners van Marinaleda geen zin in een ratrace. Ze hoeven niet aan pensioenopbouw te doen omdat er geen hond is die de garantie geeft dat ze morgen weer opstaan. Ze zorgen met z’n allen voor opbrengsten, ieder naar eigen capaciteit en interesse. De burgemeester zorgt voor het geld en legt zijn inwoners voorstellen voor hoe de opbrengsten weer te investeren.

De burgemeester lijkt op Che en doet als Che. Dat maakt hem op voorhand een tikkeltje verdacht en dus zoek ik naar de canards in zijn geproclameerde successtory. Ik zie ze niet. De nadelen die ik zie benoemt hij ook. En hij heeft daarvoor plausibele antwoorden. Zijn verhaal klopt en het werkt. Tot ieders tevredenheid. Al decennia lang.

Het is dus kennelijk mogelijk om in Spanje een (lokale) economie te bouwen waarin mensen simpelweg gelukkig zijn. Waarin iedereen voor iedereen zorgt. Dat moet in Nederland dan toch ook kunnen, zou je zo zeggen.

De diepe ellende waar Marinaleda zich decennia geleden voor geplaatst zag, lijkt echter niet op de Nederlandse situatie van nu. Objectief beschouwd staat Nederland er nu slechter voor dan het Marinaleda van toen, omdat Nederland lijdt aan de ziekte winstbejag. Deze waarde zijn we in Nederland en masse normaal gaan vinden, aangevuurd door een regering die het nemen van eigen verantwoordelijkheid predikt.

Nederland herbergt 350 pensioenfondsen met hoogpolig tapijt en Chesterfields in de lobby, die gedane beloften overnight terugdraaien. Nederland heeft 1,4 m² per mestvarken en 0,8 m² per kind op de basisschool. Nederland heeft tientallen verzekeraars die woekeren en de eigen portemonnee belangrijker vinden dan het belang van de klant. Nederland heeft animal cops. Nederland heeft een bloeiende derivatenhandel waar je met nul euro bezit kan speculeren op een daling van de beurskoersen van morgen. Nederland heeft 18 soorten Andrelon. Nederland heeft plaszakken en geluidsoverlast. Nederland heeft een Balkenende norm. Nederland heeft files op wegen waar we 130 mogen gaan rijden. Nederland heeft een tekort dat oploopt naar 4⅔ % en Nederland heeft slopers als Kamp en De Krom.

En er is nog iets dat we in Nederland hebben; individualisme en eigenbelang. Dat hebben ze in Marinaleda niet.

Read Full Post »

Het zal je maar gebeuren dat jouw kind wordt vermoord.

Het overkwam Marianne Bachmeier uit Lübeck, Duitsland. Haar zevenjarige dochter Anna werd eind 1980 het slachtoffer van een idioot. Een psychopaat die dacht dat hij het zich wel kon veroorloven om zich aan een kind te vergrijpen. Hij vermoorde haar. De moeder was ontroostbaar.

De publieke verontwaardiging is niets vergeleken met de walging en onmacht die je als ouders voelt. Intens verdriet. Je zint op wraak. Je wilt het kunnen begrijpen. Het doet er natuurlijk niets toe dat de dader misschien een slechte jeugd heeft gehad.
Het maakt niks uit dat ze alleen over straat ging in een buurt waar je ’s avonds maar beter niet kunt komen. Het maakt niet uit of de dader onder invloed was. Van kinderen blijf je af. Van dochters blijf je af. Van vrouwen blijf je af. Je blijft van mensen af. En daar hoeven zij nog niet eens een motivatie voor te geven. Je blijft gewoon van ze af.

De strafzaak diende in het voorjaar van 1981. In Lübeck. Nog steeds verscheurd door verdriet was Marianne Bachmeier op alle zittingsdagen aanwezig. Op de derde zittingsdag smokkelde ze een pistool de rechtszaal binnen en schoot acht maal op de moordenaar van haar Anna. Hij stierf nadat zes kogels hem hadden geraakt.

Marianne Bachmeier had zojuist hetzelfde gedaan als de moordenaar van haar dochter. Ze werd twee jaar later tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld. Na drie jaar kwam ze vrij. Niet op grond van sympathie of mededogen maar wegens vermeende verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Er is niemand op deze wereld die geen sympathie kan opbrengen voor wat Marianne Bachmeier in die rechtszaal van Lübeck heeft gedaan. Zelfs de moeder van Anna’s moordenaar zal het kunnen begrijpen. Vast staat is dat Marianne Bachmeier het recht in eigen hand had genomen. En dat is om begrijpelijke redenen strafbaar.
Het principiële verschil tussen Marianne Bachmeier’s daad en die van Anna’s moordenaar is, dat Marianne niet zou hebben geschoten als Anna niet zou zijn vermoord. Het was haar reactie op wat Anna en haar was aangedaan.

Toch zou ik Marianne Bachmeier een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd hebben.

In 1996 overleed Marianne Bachmeier aan de gevolgen van kanker. Ik zal haar niet vergeten.

Read Full Post »

Kok loco met Schelto Patijn 1989

Loco-burgemeester Kok verwelkomt de Commissaris van de koningin Schelto Patijn. 1989

 

In de vorige zomer overleed hij. 85. Blaaskanker, opgegeven. Wij waren verdrietig en dankbaar maar vooral blij voor hem en voor onze moeder. Zijn sterfproces voltrok zich binnen twee maanden. Er was daarin weinig tijd voor vader-zoon of vader-dochter gesprekken. Hij wilde zich voorbereiden. Voor mijn twee broers en drie zussen was het een periode van zorgen en verzorgen. Na zijn overlijden kwamen de mooie herinneringen.

Ik heb de behoefte om een verhaal over hem te vertellen. Omdat het exemplarisch is voor hoe hij was. Omdat ik uiteindelijk toch veel op hem lijk.

De gezamenlijk zomervakanties werden doorgebracht op godvruchtige grond. Putten op de Veluwe. Een huisje op vakantiekamp “De Heihaas”. De achteruitgang van “De Heihaas” grensde aan de zandverstuiving die op haar beurt weer het begin was van ons deel van de Hoge Veluwe. Wij vonden de speeltuin op het park al meer dan voldoende.

Pa vond dat wij wat meer van de natuur moesten zien. God’s schepping in optima forma. Hij verzon een list. ”Jongens” klonk het tijdens de avonddis ”zullen wij morgen eens hertjes gaan kijken?”. Bull’s eye. Ja, natuurlijk wilden wij dat. ”Dan gaan we morgenochtend vroeg ons bed uit en dan gaan we naar het bos”. Die avond gingen wij vroeg naar bed.

Het was nog donker toen we wakker werden gemaakt. Het moet een uur of vier geweest zijn. In colonne liepen we de achteruitgang uit, de zandverstuiving over en het bos in. Na een halfuur hadden wij het al gezien. Geen beest te zien. Alles sliep nog en wij moesten lopen.

Mijn oudste zus, die veel van Majoor Bosshardt in zich heeft, had de beginnende opstand in de gaten en zette een lied in:

Drie keer drie is negen,
ieder zingt zijn eigen lied.
Drie keer drie is negen,
……… zingt zijn lied.

Na het refrein was het de bedoeling dat iemand van ons gezelschap een lied zong. Zodra dat lied afgelopen was begon zus Bosshardt weer aan een nieuw refrein. Om beurten zong zij steeds de naam van één van ons. Ook ik was de klos.

Met al dat gezang zat de pas er goed in. De tijd vloog en het werd al licht. Wij hadden het naar ons zin. Pa minder. Hij was niet zo’n zanger en ook geen marcheerder. Als laatste was pa aan de beurt. Dat voelde je aankomen. Iedereen was geweest en hij nog niet. “Papa zingt zijn lied”, zong zus Bosshardt. Het bleef stil. Welk lied zou hij uitkiezen?

In plaats van een lied kwam er een luid en duidelijk: ”Ik ben blij dat ik het leven heb en dan moet ik nog zingen ook”.
We waren te ver gegaan. Het zingen had het marstempo te ver opgeschroefd. Doorzingen zou slachtoffers gaan kosten. We zijn omgekeerd en teruggewandeld in de richting van de zandverstuiving en achteruitgang. We waren muisstil.

Vlak voor het hek van de achteruitgang wilde pa zijn ervaring wel met ons delen. Hij besloot zijn monoloog met de uitspraak: ”Ik kan nog beter met een fanfare het bos in gaan dan met jullie. Dan zie ik nog meer beesten ook”.

Aan dit moment van zijn leven heb ik wel gedacht tijdens zijn afscheidsdienst. Ik heb het niet voorgedragen. Hij zou het wel leuk gevonden hebben. Hij hield wel van een geintje.

Read Full Post »

Plage de Sauveterre - Olonne-sur-Mer - Vendée

Plage de Sauveterre – Olonne-sur-Mer – Vendée

Het moet rond 1990 zijn geweest dat mijn Linda en ik besloten om die zomervakantie weer eens in Frankrijk door te brengen. De twee oudste dochters waren rond de vijf, zes jaar en de jongste was nog aan de buggy gekluisterd. Lekker een paar weken met de meiden en de vouwwagen naar het strand. De streek kende wij nog goed uit de tijd dat we nog geen kinderen hadden.

Aan de westkust, in de provincie Vendée, ligt Olonne-sur-Mer. Een lief plaatsje, gezegend met een erg breed en mooi langzaam aflopend strand; Plage de Sauveterre. Als ouders geeft je dat rust en kan je het spelend kroost op tientallen meters afstand goed in de gaten houden. Je wilt niet graag dat je op een volgepakt strand zit en plots nog alleen het kruintje van een koter in zee ziet. Dat soort avonturen is voor ons te heftig. Onze keuze voor Olonne-sur-Mer leek een zekerheidje.

Na ’s morgens aangekomen te zijn, de vouwwagen te hebben uitgeklapt en ingericht, in het zwembad onze verreisde lijven te hebben getrakteerd, togen we tegen het eind van de middag naar het strand. De kinderen waren en werden uitgelaten. Voor ons als ouders had dit bezoek aan het strand de bedoeling om uit te vogelen waar we ons de volgende ochtend zouden gaan neervlijen.

Vanaf boven op het duin kon je zien dat er twee mogelijkheden waren. Rechts lag het beloofde brede strand. Links zag het strand er wat smaller uit en ook waren er meer rotsen. Leuk voor jongetjes om daar met stokjes en schepnet naar krabbetjes te gaan zoeken. We besloten naar rechts te gaan.

Op het strand was het niet echt druk meer. Het merendeel van de badgasten stort zich ’s morgens direct onder de afgang op het strand. Verderop werd het rustiger. Voldoende ruimte voor een eigen territorium. Aan de voet van het duin zagen we een groot witte bord met daarop “Plage naturiste, 800 mètres à gauche” in blauwe letters. Daaronder een dikke blauwe pijl die linksaf wees. ”Geen probleem” zei ik tegen mijn Linda ”zo ver lopen wij morgen toch niet”. De twee meiden holden naar de waterlijn en wij er achter aan.

De volgende ochtend waren de kids al vroeg wakker. Zo vroeg, dat zelfs de plaatselijk bakker nog geen kans had gezien om zijn handelswaar bij het campingwinkeltje af te leveren. Na een uurtje wachten liep ik, gewapend met deux baguettes en cinq croissants, terug naar de vouwwagen. Twee uur later stonden we boven op het duin, klaar om rechtsaf te gaan. Er was nog niemand op het strand.

Met de beelden van de vorige middag nog in het achterhoofd, zei ik tegen Linda: ”Laten we nog een klein stukje verder lopen, dan hebben we straks plek genoeg”. Zwijgzaam volgde ze mij tot voorbij het bord “Plage naturiste, 600 mètres à gauche”. Ik duwde de buggy met kind, matjes, parasols en koelbox zelfs voorbij het bord “Plage naturiste, 400 mètres à gauche”.

”Die bloteriken moeten wel een stevige conditie hebben” zei ik nog tegen Linda toen ik ons ideale plekje had uitgezocht. Aan de voet van het duin, pal onder het bord “Plage naturiste, 200 mètres à gauche”, stampte ik twee geel/wit gestreepte parasols in het zand. ”Zo, nu weten jullie altijd waar papa en mamma zitten” instrueerde ik de twee oudsten. ”Hebben jullie dat goed gezien?”. ”Jaah, mogen we nu naar de zee?” Ik knikte en weg waren ze.

We hadden een mooie plek en heel het strand tot onze beschikking. Mooi uitzicht op de zee, vijf rieten matjes naast elkaar afgedekt met handdoeken, twee parasols, koelbox en tassen met felgekleurde plastic schepjes, zeefjes en emmertjes. We voelden ons de koning te rijk. Het hele strand was van ons. Geen kip te zien.

Na een uurtje kwamen de eerste families het strand op. Langzaam werd het drukker. Er waren stellen en families die voorbij ons bord “Plage naturiste, 200 mètres à gauche” liepen. Ik gaf Linda meesmuilend een knipoog: ”Zeker hun zwembroek vergeten?”

Even na 11 uur zag ik in de verte een groepje mensen komen aanlopen. Druk pratend en gebarend wezen zij in onze richting. Ik kon zien dat het een vader, een moeder en twee jongetjes waren. Vast Spaans, dacht ik nog. Of de duivel er mee speelde, streken ze neer op nog geen tien meter bij ons vandaan. ”Ja, kom even boven op mijn lip zitten” zei ik, maar ze verstonden mij niet. De jongetjes holden naar de branding en de ouders begonnen hun spullen uit te pakken en de handdoeken neer te leggen. Vader begon met uitkleden. T-shirt uit, sportbroek uit, sandalen uit en ……. onderbroek uit. Ik schrok en keek naar Linda. Die gaf geen krimp.

Nu was het de beurt aan mevrouw. Shirt uit. Overslagrok af. BH uit. Tot zover was er weinig aan de hand. Dit kon ik nog net hebben. Alhoewel ik nog wel heb geprobeerd om op mijn spelende dochters te letten, kon ik mijn ogen niet afhouden van het voor mij voltrekkende schouwspel. Plotseling bukte mevrouw vlak voor mijn neus om zich van haar ondergoed te ontdoen. Ik zag Jeruzalem hangen. Ik was te laat om mijn hoofd af te wenden.

Verdwaasd draaide ik mij om en wees naar het bord met de blauwe letters achter ons. “Die lui moeten 200 meter verder” zei ik nog tegen Linda. ”Wij zitten goed en zij zitten verkeerd”. Linda gaf nog steeds geen krimp.

In de verte kwam de volgende familie onze kant op. Het bleek het begin van een mooie lange en drukke stranddag. Ik kan me niet herinneren dat ik die dag nog een boekje gelezen heb. Ik ben wel veel in zee geweest om af te koelen. Het was een warme dag, maar je went eraan.

Het daarop volgende jaar hebben we onze zomervakantie weer in Olonne-sur-Mer gevierd. Veel mooie dagen met goed strandweer gehad. We hadden een mooie plek. Vlak onder het bord “Plage naturiste, 200 mètres à gauche”. Voor de show hadden we nog badkleding meegenomen.

Read Full Post »

Ik heb niets met een actief dagdeel in een heisessie. Ik verafschuw het. Een actief dagdeel wordt door organisatoren ingepland omdat er blijkbaar geen onderwerpen voldoende zijn om met elkaar te bespreken. Dit gebrek aan creativiteit maskeren zij door te melden dat samen dingen doen verbroedert. Na de melding van zo’n drogreden worden we opgedeeld in vier groepen. Niks verbroedering. Wij actief buiten zijn en zij de kroeg in.

”We gaan vanmiddag met elkaar een stukje fietsen”. Voor de meesten is een dergelijke mededeling reden tot ongebreidelde vrolijkheid maar ik vraag me dan altijd af wat ik verkeerd heb gedaan. Op welke lange teen heb ik nu weer gestaan?

”We gaan met z’n allen op de mountainbike over de Zevenheuvelenweg in Berg en Dal fietsen”. Een mountainbike is een gestripte uitvoering van een gemankeerde herenfiets zonder terugtraprem. Hij wordt vaak gebruikt om naast een geasfalteerd fietspad te fietsen. Het stuur staat verkeerd en er zit een piepklein zadeltje op. Dat kleine zadeltje vinden mountainbikers lekker. Ik niet. Bij mij zakt 90% er overheen en dat geeft weer een nare associatie met mijn huisarts. Tot aan mijn laatste bezoek aan hem doet hij mij steevast uitgeleide met de opmerking: ”Ik wil niet moralistisch doen hoor meneer Kok, maar er mogen wel wat pondjes af”. Een paar pondjes eraf betekent voor mij vasten totdat ik een beroerte krijg. Dan kies ik toch voor de pondjes.

Als we naar het fietsenhok lopen begint het behoorlijk te motregenen. En daar stopt het niet mee. Gestaag zwelt de nattigheid aan tot formaat zachte regen die, welke kant je ook opfietst, altijd in je gezicht slaat. Als brildrager ben je daar niet blij mee. In het fietsenhok worden de regenpakken uitgedeeld. One size fits all maar die van mij voelt aan als een te klein surfpak. Het lukt me niet om mijn gevallen bidon van de grond op te rapen. ”Kom jij maar bij ons, Kok”. Ik word opgedeeld in een groep die kennelijk niet voor de eerste prijs gaat. Ronald, Jasper, Wim en Marco staan al in de stromende regen op me te wachten. Marco is mijn baas en die heeft een behoorlijk achterwerk. In een flits neem ik mij voor om zijn wiel te houden. Met een beetje geluk blijf ik zo uit de wind en redelijk droog. De eerste 150 meter gaan prima.

Tot mijn verbazing hebben we een plattegrond van de omgeving meegekregen. Dat lijkt me nergens voor nodig. De Zevenheuvelenweg is volgens mij een rechte weg met zeven heuvels. Het komt mij voor dat je daarop niet kunt verdwalen. Mijn ongelijk blijkt pas na heuvel vier. Bij de eerste grote stop, in het dal tussen heuvel vier en vijf, hebben we waarschijnlijk de fietsen aan de verkeerde kant van het uitrustbankje gezet. Met als gevolg dat we na de stop de verkeerde kant zijn opgefietst. Dom achteraf, maar ik kon niet zoveel zien met natte brillenglazen. Daarnaast denkt Marco het toch altijd beter te weten.

Na een heuvel of tien zijn we echt de weg kwijt. In de ingelaste derde grote stop overleggen we over de vraag of er vroeger misschien mis geteld is met die zeven heuvelen. Misschien waren het er wel vijf of elf. We bereiken consensus op de conclusie dat het waarschijnlijk is dat er toch precies zeven heuvelen zijn, omdat anders de ANWB wel een andere straatnaam zou hebben verzonnen. Het argument dat er veel meer heuvels moeten zijn omdat de Plomperdkliniek hier niet ver vandaan zou moeten zijn, krijgt geen meerderheid. Met ieder nog twee Marsrepen herpakken we ons en rijden in de stromende regen een kant op. Marco achterna.

Ik fiets me het snot voor ogen en krijg na een uurtje vreemde beelden op het netvlies. ”Haben Sie noch etwas zu zollen?” hoor ik een stem zeggen die vroeger vast en zeker Obersturmbahnführer is geweest. De kans is groot dat we nu echt de verkeerde kant op zijn gefietst. Vooral geen contact maken met vreemde mogendheden en omdraaien, luidt het devies van Marco: ”Dan maar in één rechte lijn terug naar het beginpunt”.

Zeven heuvelen en een paar uur later passeren we het Afrika Museum. De schoonheid van het gebouw ontgaat mij volledig. De regen komt met bakken uit de hemel en we zijn doorweekt tot op het bot. De wanhoop maakt zich van ons meester. We hebben van Duitsland naar Afrika gefietst op weinig tot geen maaltijden.

Op het uitrustbankje voor het Afrika Museum komen we tot de slotsom dat het binnen één actief dagdeel niet mogelijk is om van Berg en Dal naar Afrika te fietsen. Normaliter doe je daar weken over. Het kan niet anders dan dat we helemaal fout zitten. Aan de verregende plattegrond hebben we ook niets. Ik ben kapot en net voordat ik besluit dat ik de tocht naar de Kilimanjaro voor gezien houd, worden we van achter de bosjes geroepen. Het ontvangstcomité heeft ons herkend en blaast daarmee het actieve dagdeel af.

In de jurytent voor het Afrika Museum resideert tijdelijk de ”organisatie”. Met de andere actieverds genieten zij een stevige maaltijd. ”Samen eten en samen actief bezig zijn is goed voor het moraal” vind de hoofdscheidsrechter: ”Kom, tast toe”. Ik ben al tevreden met ”samen eten”. Wat een koleredag.

Na jaren geleden de huisarts te hebben gedist, dis ik vanaf vandaag ook alle heidedagen die een actief programma hebben. Voor eens en voor altijd. En voor eeuwig.

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: