Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Kok fluistert’ Category

Het leven is geweldig. Het leven lacht ons toe. Iedereen heeft volop het geluk in de rug en de mazzel in de zeilen. De zon schijnt uitbundig. De zomervakantie is geboekt. We zijn allemaal met een gouden lepel in de mond geboren en genieten van een prima gezondheid. We voelen ons omringt door goede vrienden en dito familie. Veel van ons gaan bij de ABN-Amro op cursus om te leren hoe om te gaan met het beheer van het familievermogen. Allemaal hebben we een baan waarin we gelukkig zijn. Iedereen geniet van maximale ontplooiingskansen en heeft een prima carrière in het verschiet. We houden van Binck, Alex en MeesPierson. Alle ouders hebben nageslacht zonder een vlekje. Wij leven in een fantastische maatschappij.

Maar er zou zomaar een keerzijde aan ons geluk kunnen kleven. Ook dat kan ons overkomen. Buiten onze schuld. Omdat er een auto een keer geen voorrang verleent. Omdat het bedrijf waar we werken failliet gaat. Omdat we de kluts kwijt raken omdat ons kind iets verschrikkelijks is aangedaan. Omdat we van een keukentrapje vallen. Omdat onze partner verliefd wordt op een ander en wij ons huis moeten verkopen. Het kan allemaal zomaar gebeuren. Buiten onze schuld. Zomaar, van het ene op het andere moment.

Het lijntje tussen een fantastisch leven en een ellendig leven is bijzonder dun. Het is zo dun dat de meesten het niet zien. Een dun lijntje dat niet of nauwelijks door mensen te beïnvloeden is. Hoezeer we ook overtuigd zijn van ons eigen kunnen en een maakbare maatschappij, het blijft pure mazzel dat je niet door een ander wordt aangereden of niet van een keukentrapje afkukelt. Een grote groep mensen ziet dit niet en wil dit niet zien. Zij blijven redeneren zoals hun is geleerd. Recht op het doel af. Als een paard met oogkleppen. Wat zij niet zien is er ook niet. Zij blijven denken dat geluk afdwingbaar is, dat mazzel iets blijvends is. Als je hard werkt, komt het vanzelf.

Ik gun het niemand, maar Nederland zou er heel anders uitzien als iedereen aan een rolstoel gekluisterd zou zijn. Als we allemaal een mankement en een PGB zouden hebben. Als iedereen dagelijks zou voelen dat het leven niet zo vanzelfsprekend is. Als iedereen de eigen beperkingen zou ervaren en zou zien dat anderen er wellicht beroerder voorstaan. In een aan de rolstoel gekluisterd Nederland, groeit de verbondenheid. Eisen worden vragen. Wat kan ik nog voor een ander betekenen. Waar heeft de ander behoefte aan. Kunnen we samen iets doen.

De meeste mensen zitten niet in een rolstoel. Ook niet figuurlijk. Die hebben mazzel én – wat mij betreft – de morele plicht om de oogkleppen af te zetten om naar links, rechts en achter te kijken. Nieuwe inzichten die tot dan toe onzichtbaar waren gebleven.

De vanzelfsprekendheid waarmee jonge stellen besluiten een gezin te gaan stichten en verwonderd opkijken als er na een maand nog niets is gebeurd, is kenmerkend voor onze instantmaatschappij. De vanzelfsprekendheid waarmee we verwachten dat er na onze studie de ideale baan op ons ligt te wachten. We willen het allemaal en wel ogenblikkelijk. Gek gemaakt door marketeers die beweren dat als jij iets wilt, dat het dan ook kan. Eigen keuzen maken. Verantwoordelijkheid pakken. Kijken naar je kansen en niet naar je beperkingen. En het klootjesvolk maar denken dat dit waar is. Aangejaagd door zelfbenoemde goeroes die one-liners met de diepgang van een surfplank prediken. Ik zeg doen. We gaan ervoor. Overwin jezelf. Ik ben toch niet gek. Leg de lat hoog. Pensioneren is een werkwoord. Tsjakka.

Mensen zonder oogkleppen. Prachtig.

Dit artikel is 27 maart 2012 gepubliceerd op de opiniewebsite http://www.Joop.nl

Read Full Post »

De stille tocht

Rick Groen uit Vlaardingen is doodgeschoten. 24 jaar. Op klaarlichte dag. De politie onderzoekt de geruchten dat het de afrekening zou zijn van een niet betaalde drugsrekening. Een familielid kijkt daar niet van op. Rick’s vader en grote broer arriveren een uur later op plaats delict. Broer reageert zijn woede en frustratie af met een paar harde trappen tegen het politiebusje. Zondagavond werd er een stille tocht gelopen, zo bericht het AD.

”Tokkies” denk ik, als ik het bericht lees. Ik corrigeer mezelf want ik mag dat niet denken. Niet veroordelen voordat je het naadje van de kous kent, maar het beeld blijft. Schoppen tegen een politiebusje. Niet betaalde drugsrekening. De bij het artikel geplaatste foto van Rick ondersteunt mijn beeld. Vriendin zwanger en een niet betaalde drugsrekening. De combinatie klopt niet. Schoppen tegen een politiebus. Kort lontje. Jezelf niet kunnen beheersen. Het is een tijdsbeeld dat menigeen kennelijk als normaal begint te beschouwen. Ik niet.

Je schiet niemand dood. Ook niet als hij bij je in de schuld staat. Conflicten vecht je voor de rechter uit. Je schopt niet tegen een politiebusje. Je beheerst je maar. Je gebruikt geen drugs om lekker in het weekend te gaan knallen. Je laat je opnemen in een verslavingskliniek, en zeker als je vriendin zwanger is en je een gezamenlijke toekomst aan het opbouwen bent.

Stille tochten zijn een uiting van machteloosheid, van diepe droefenis en van afgrijzen. Stille tochten gaan over het waarom van zinloos geweld. Wat heeft het slachtoffer gedaan om zijn of haar dood te rechtvaardigen? In de kern gaat een stille tocht over onrecht tegen schuldeloze slachtoffers. Ik begrijp de stille tochten voor An Marchal en Eefje Lambrecks, voor Ximena Pieterse, voor Meindert Tjoelker, voor Kerwin Duinmeijer en voor Milly Boele. Schuldeloze slachtoffers.

Met een stille tocht voor mensen die het gevaar bewust hebben opgezocht, heb ik reserveringen. Niet omdat de dood te betreuren valt, maar omdat er een mogelijkheid was om niet in conflict te komen. Gewoon je rekening betalen, zelfs als het over drugs gaat.

Uiteraard voel ik mee met de nabestaanden van Rick. Hen is groot onrecht aangedaan. Natuurlijk hebben zij verdriet. Het zal je zoon, je broer of de vader van je ongeboren kind maar zijn. Laten we ons herpakken, de bevindingen van de politie afwachten en het recht zijn loop laten. Laten we proberen het verstand te laten zegevieren over de emotie. Onszelf beheersen en hopen dat er nooit meer een stille tocht nodig is.

Uit piëteit voor de nabestaanden is de familienaam veranderd.

Dit artikel is 21 maart 2012 gepubliceerd op de opiniewebsite http://www.Joop.nl

Read Full Post »

Een kort bericht: ”Ik lees de verhalen van Klomp altijd, en met een reden”. Ik klik op de link en lees het verhaal van Klomp. Het is een prachtig geschreven verhaal over een pubermeisje dat als bijna vanzelf in een machtsfuik van volwassen kerels is gezwommen. Foute boel: kindermisbruik.
Klomp’s verhaal grijpt me. Het maakt me kwaad. Ik raak verontwaardigd en ik erger me. Gesteund door de reacties op Klomp’s verhaal probeer ik mijn onmacht te kaderen. Ik ben godzijdank niet de enige die vindt dat je van kinderen, jongens én meisjes, moet afblijven. Je moet sowieso van anderen afblijven. Welk stofje heb je in je hoofd aangemaakt dat je doet denken dat je anderen jouw wil kunt opleggen?

Klomp’s verhaal brengt herinneringen boven. In de zomer van 2007 kregen we van de ene op de andere nacht gezinsuitbreiding. Wendy, een vriendin van onze jongste dochter, werd jarenlang door haar vader mishandeld. Ze besloot weg te lopen. ’s-Nachts om vier uur heb ik haar onder het afdak bij haar ouderlijke huis opgehaald. Met haar snel bij elkaar geraapte spulletjes stapte ze mijn auto in, haar vrijheid tegemoet. Ze heeft een poos bij ons gewoond, totdat ze besloot een volgende stap te zetten. (Wendy)

”Ik lees de verhalen van Klomp altijd, en met een reden”. Dat ”met een reden” intrigeert mij. Ik weet niet wat de drijfveer onder die toevoeging is. Klomp kan een oud-klasgenoot zijn. Of een buurman. Het zou ook kunnen zijn dat Klomp gewoon hele mooie en pakkende verhalen maakt. Maar het kan ook zijn dat ”met een reden” een vervelende oorsprong heeft. Een aha-erlebnis naar een onverwerkt verleden. Te vaak sla ik een krant open of zet de TV aan en word ik geconfronteerd met ellende. Priesters met jongetjes, Joosje flikkerdoosje, loverboys, Nicky Verstappen, meisje van Nulde, Milly Boele, Andrea Luten. Bijna altijd blijken daders mannen. Ik voel me aangesproken. Ik krijg last van plaatsvervangende schaamte.

Kon ik slachtoffers maar helpen, maar buiten het aanbieden van een schouder en een luisterend oor, kan ik bijna niets. Het enige dat ik kan is over ”respect voor elkaar” bloggen. En dat doe ik dan ook. Recent heb ik een blog over een wanhopige moeder geschreven (Marianne). Het dochtertje van Marianne Bachmeier was vermoord. Ze schoot in de rechtszaal de dader dood. Het denken te kunnen beschikken over een ander, ontaardde bij Bachmeier in ”oog om oog, tand om tand”. Met dat blog hoop ik duidelijk gemaakt te hebben dat ik wil leven in een wereld waarin geen ruimte is om over een ander te beschikken. Een wereld waarin blijf-van-mijn-lijf huizen niet nodig zijn. Ik wil leven in een wereld waar het respect voor elkaar een onbewuste waarde is.

Respect voor de ander hoort in je bloedbaan te zitten, in je ziel en in je hart – ”met een reden”.

Read Full Post »

Gisteren huilde mijn dochter. Ze was intens verdrietig. Ontroostbaar. Geen idee wie of wat haar raakte. Normaliter weet ik wel welke toon ik tegen haar moet aanslaan om haar uit verdrietige posities te ”bevrijden” maar dit keer kwam ik niet door. Ze is een gevoelsmens.

Vanochtend kwam het hoge woord eruit. Ze had op facebook een bericht gelezen van een moeder die de zelfmoord van haar 25-jarige dochter bekend maakte. Een klein bericht met een grote impact. Zij kende de moeder en de dochter. Van toneel. Moeder is grimeur en met de dochter had ze jaren geleden een paar producties gedaan. Een leuke vlotte meid. Ze zat nog op school en wilde verpleegster worden. De Zorg in om anderen helpen.

Zelfmoord. Plotseling weg zonder dat haar omgeving er enige notie van had. Naar nu blijkt heeft ze bewust haar einde voorbereid. Een eenzame treurige worsteling naar het grote onbekende. Ik merk aan mijzelf dat ik benieuwd ben naar het wat en hoe. Maar dat is niet belangrijk.

Belangrijk is het proces dat – vaak nog jonge – mensen moeten doormaken om tot zo’n onomkeerbaar besluit te komen. Ik zou willen dat ik psycholoog was. Dat ik het zou kunnen begrijpen. Dat ik mijn inzicht kon overbrengen naar mijn dochter. Dat ik anderen zou kunnen opsporen en dat ik hen op andere gedachten zou kunnen brengen. Dat zij gaan zien dat het leven waard is om geleefd te worden. Dat er altijd licht aan het eind van een tunnel is. Dat er mensen zijn die om je geven en willen helpen met alles dat ze in zich hebben. Of, is dat egoïstisch gedacht?

Wie ben ik om te willen dat anderen niet over hun eigen leven mogen beslissen? Als ik egoïstisch van mezelf mag zijn, waarom mag een ander dan niet egoïstisch zijn? Het zijn vragen waar ik het antwoord op schuldig moet blijven.

Natuurlijk zijn zelfdodingen van alle dag. In zekere zin horen ze bij het leven. Maar te vaak heb ik het gevoel dat als we met z’n allen een klein beetje meer hadden gegeven dat we een jong leven een ander perspectief hadden kunnen bieden. Studenten die bij bosjes springen aan het einde van het eerste trimester. Daar moeten we toch wat mee kunnen? Kennelijk wordt of is er een wurgend verwachtingspatroon gecreëerd.

Mijn kop loopt vol met trieste verhalen die ik al kende. Ik kom er niet van los. Het waarom en de onmacht blijven. Slachtofferhulp lijkt het enige dat rest.

Soms zou ik willen dat we wat meer op elkaar letten. Weten wie er naast, boven of onder ons woont. Elkaar vasthouden. Maar dat past niet echt in een wereld waarin steeds meer van ons individualisme wordt gevraagd. Eigen verantwoordelijkheid pakken. Eigen beslissingen nemen. Het klinkt prachtig maar dergelijk quatsch is wel omgekeerd evenredig aan het aantal medemensen die daardoor de welvaartsboot (lijken te) gaan missen.

Read Full Post »

Het mag duidelijk zijn dat ik ”wat heb” met mensen wier leven vanuit de heersende maatschappelijke opvattingen nu niet bepaald als een ”succesverhaal” wordt betiteld. Wat ik in mijn omgang met hen heb geleerd, is dat de menselijke waardigheid wordt versterkt wanneer je zelf de (teruggewonnen) regie hebt over wat er in je leven gebeurt. Die verbondenheid voelt aan als een warme deken en daarmee wordt geven leuker dan nemen. Dit geldt voor kennis, voor pecunia en voor kritiek, ideeën en raad. En dus gaat verbondenheid vaak over het kunnen mobiliseren en samenballen van toegevoegde waarde. Noem het maar waardecreatie.

Alle kennis die ik heb mag iedereen die het nodig heeft hebben. Trek maar een kopie of maak maar een back-up. Gratis en voor niks, want aan kennis alleen heb je niets zolang je niet weet hoe die te gebruiken. Je moet weten -of willen leren- wanneer en voor welk doel je kennis inzet. Kennis is dus geen macht; het is in het beste geval een schijnzekerheid. En dus zet ik me vol overgave in voor hen die de vaardigheden willen (leren) gebruiken om kennis effectief te laten zijn.

Bij mijn hulp aan anderen heb ik vaak de vraag gekregen of ik naïef ben, of het helpen geen obsessie aan het worden is? Steevast is dan mijn antwoord dat als ik iets heb wat ik kan missen en een ander niet heeft, dat ik het dan geef. En zeker als ik aanvoel dat er een (tegen)partij in het spel is die het niet erg nauw neemt met de belangen van de ander. Mensen die anderen proberen pootje te lichten hebben een emotieloze kwaaie aan mij. Sinds ongeveer een jaar helpen wij daarom een stel met raad en daad. Ik noem ”het stel” in dit blog gemakshalve ”de Jobs”.

Uit brieven, uitspraken, mails en sms’jes die ik onder ogen heb gekregen, heb ik gezien dat de Jobs nogal grof zijn behandeld. En niet één of twee keer, maar talloze keren door één en dezelfde kerel. Deze deugniet moe(s)t worden gestopt. Ik ben dan ook content dat ik in mijn blog ”Trawanten en godsgeschenken” kon melden dat het moment om Gentle Giant met de kleine Johannes achter de tralies te krijgen, niet ver meer weg is.

De Jobs hebben in dit schaakspel een volgende zet gedaan. Omdat er nog een stokoude en onbetaalde ”bekeuring” openstaat, zijn de bankpasjes van Gentle Giant onklaar gemaakt. En dat betekent dat hij bij iedere gang naar de supermarkt, kroeg of bordeel moet nadenken hoe er betaald moet gaan worden. Dit gaat natuurlijk een tijdje goed want je slaat gewoon een paar spaarvarkentjes kapot en je besteedt wat minder aan onzinnige zaken. Naar vrienden, kinderen en relaties kan je met bezuinigingen een tijdje de schijn ophouden, maar er komt een tijd dat ook de spaarvarkentjes leeg zijn en dat smoesjes niet meer werken. Een tijd waarin het niet meer vanzelfsprekend is dat je meedoet aan de verjaardagspot, een tijd waarin het niet meer vanzelfsprekend is dat de koelkast met biefstukken uitpuilt en een tijd waarin het niet meer vanzelfsprekend is dat je op vakantie naar een ander werelddeel gaat. Voordat je het in de gaten hebt staat je huis te koop en worden je meubels naar buiten gedragen. En dan moet de afrekening van een tweede stokoude en onbetaalde ”bekeuring” nog komen.

Evenals bij mijn werk in de verslavingspsychiatrie, vraag ik me regelmatig af hoe het toch steeds weer mogelijk blijkt dat mensen zich zo in de vernieling werken. Bij verslaafden ligt er een biologisch proces aan ten grondslag maar bij maatschappelijk ontspoorden heb ik het antwoord nog niet gevonden.  Allereerst blijkt mij vaak dat het kerels zijn en daarmee is mijns inziens het antwoord al voor driekwart gegeven. Kerels hechten ten onrechte veel waarde aan aanzien en respect. Dit zijn luchtgebakken waarden waar je geen lor aan hebt. Aanzien en respect zijn lofuitingen die anderen aan je toedichten en zijn louter gebaseerd op je prestaties in je laatste wedstrijd. Ze houden je weg bij wie je werkelijk bent en wat je drijft. Je kan er nog geen pistolet voor kopen. Voor maatschappelijk ontspoorden en vastgelopen managers is het devies dan ook om in een verloren uurtje de publicaties van Abraham Maslow er nog eens op na te lezen. Let bij de behoeftepiramide even op de tijdvolgordelijkheid van de stappen 2 en 3 voordat je aan de hoofdstukken ”waardering en erkenning” en ”zelfactualisatie” begint.

Kerels in de vernieling moeten opnieuw beginnen. Naar analogie van Monopoly zullen zij weer bij Maslow’s behoeftefase 1 beginnen en snel snappen dat je de medemens respectvol moet behandelen en dat je bekeuringen netjes moet betalen. En als er te weinig duiten zijn om aan de verplichtingen te voldoen dan zal er een andere manier gevonden moeten worden om knaken te braken. De Jobs hebben daarvoor een werkbaar en simpel advies. Gewoon na kantooruren als ZZP-er aan de slag als senior gigolo. Tegen betaling oude vrouwtjes verwennen ofwel maak van je hobby je werk. Wel even officieel melden bij de Belastingdienst, het CWI en de Kamer van Koophandel want ook werkers in de prostitutie hebben rechten en plichten.

De Jobs zien het effect van onze waardecreatie voor zich voltrekken. Het markeert het einde van een tijdperk waarin hen veel onnodig leed is aangedaan en waarin haat en leugens haar uitwerkingen niet zullen missen. De waardecreatie is voor de Jobs ook het startsein voor een zonnige toekomst waarin het mogelijk blijft om beschadigde banden te herstellen.

Ik begon dit blog met te zeggen dat ik ”wat heb” met mensen wier leven vanuit de heersende maatschappelijke opvattingen nu niet bepaald als een ”succesverhaal” wordt betiteld. Ik ben er van overtuigd dat ook in hen een slimme David schuil kan gaan. Als je vanuit trots de kracht kunt vinden om te knokken, dan ben je een winnaar.

 

Read Full Post »

Rotterdam heeft in 2007 de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling opgesteld die huisartsen, hulpverleners en leerkrachten in Rotterdam dwingend voorschrijft hoe te handelen bij een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling. De Rotterdamse Meldcode is de eerste integrale meldcode die verder gaat dan zijn voorgangers: kindermishandeling en eergerelateerd geweld.

Als je zo’n bericht leest dan kan je je niet aan de indruk onttrekken dat het in Nederland de foute kant opgaat. Waren de vorige meldcodes dan niet goed genoeg? Hebben we niet genoeg fatsoen in onze donders om de handjes in de jaszak te laten zitten? Er lopen in dit land kennelijk nog lieden rond die niet in de gaten hebben wat zij aanrichten.

En wellicht zijn er ook wel hulpverleners die zo hun eigen maatstaven erop na houden. Politieagenten die rechercheren op huiselijk geweld niet belangrijk genoeg vinden tussen alle moordpartijen, hennepplantages en door rood overstekende burgers.

Ik ben trots te mogen werken bij een organisatie die zegt: ”Maffe mensen doen helaas maffe dingen maar wij weigeren stil te zitten, terwijl per jaar duizenden mensen (vaak kinderen) worden mishandeld. Als organisatie hebben we een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het welzijn van niet alleen cliënten, maar ook van hun omgeving. Wij steunen de meldcode voluit”.

Voordat ik in wereld van de verslavingspsychiatrie terecht kwam heb ik in ”de bouw” gewerkt. Het dagelijks gebruik van drank ging daar hand in hand met machogedrag. Stoere jongens die niet voor elkaar wilden onderdoen en met drank aan elkaar konden laten zien dat ze echt stoer waren. In mijn omgeving barstte het van de alcoholisten die -vroeg of laat- ofwel vrijgezel werden danwel vrijgezel bleven. Nu snap ik waarom. Ook omdat ik weet dat drank niet alleen bij jezelf maar ook bij de andere gezinsleden onherstelbaar en onvoorstelbaar veel kapot maakt.

Uit onderzoek is bekend dat het overgrote deel van veeldrinkers die zich aan huiselijk geweld schuldig maakt, mannen zijn. Ongeleide projectielen die meestal, naast losse handjes, ook een psychische stoornis hebben. Drank (of deftig gezegd, een middelenafhankelijkheid) is bij de meeste van hen de grootste boosdoener. En wie de werking van alcohol op de hersenen kent, weet dat dit gedrag nooit vanzelf overgaat. Netjes gezegd kan je stellen dat handtastelijke alcoholisten ziek zijn en moeten worden behandeld.

Het beeld bestaat dat mensen die een beetje aangeschoten zijn best wel eens raar kunnen doen en kennelijk hoort daar wel eens een hijs bij. We vinden het al bijna normaal. Vaak is dat gedrag gericht tegen kinderen waarvan zij vermoeden dat ze die aankunnen. Wij lijken dit wel te accepteren als “fact of life”. Laat ik hier heel helder in zijn: Slaan is niet normaal, en er is geen enkele reden te verzinnen die machtsmisbruik tegen anderen rechtvaardigt.

Uit overlevering heb ik begrepen dat er daders zijn die voor de rechter vertellen dat, als ze achter de tralies moeten, zij hun bedrijf moeten stoppen en 20 man op straat moeten zetten. Vervolgens kijken ze dan met een zielig schuin hoofd naar de rechter en lijken te vragen: ”dat doe je me toch niet aan”. Kan het zieliger? Zo’n zogenaamd geslaagde ondernemer had moeten zeggen: ”Stom dat ik geslagen heb maar ik aanvaard de consequenties”. Dit soort lui mag van geluk spreken dat ik geen rechter ben. Allereerst omdat ze geen verantwoording willen afleggen voor hun wreed gedrag en ten tweede omdat ze met een rotsmoes onder hun straf willen uitkomen. Dit type ”geslaagde ondernemer” zou van rechter Kok een douw krijgen van hier tot Nieuwegein. Die mag van rechter Kok nog een paar maanden extra nadenken en nooit meer in overheidsdienst werken of voor de overheid werken.

Op iedereen rust mijns inziens de verantwoordelijkheid om geweld, zowel fysiek als geestelijk, tegen kinderen aan te geven, te vervolgen en uit te bannen. Daders horen achter de tralies of in een psychiatrische kliniek. Spoor ze op, achtervolg ze tot in de donkerste krochten van het riool en zorg ervoor dat ze bij de rechter verantwoording afleggen voor hun daden. Let er dan op dat ze echt spijt hebben van hun gedrag en dat ze bereid zijn om professionele hulp te accepteren.

Ik ga eens kijken of ik zo’n Rambo kan vinden. Het is dé manier om van de (Rotterdamse) meldcode af te komen.

Read Full Post »

Nog niet zo lang geleden was ik in gesprek met een paar vrienden. Het werd een serieus gesprek. Out of the blue kwam er een verhaal op tafel over een kennis van één van mijn vrienden. Die kennis had bedacht om zo langzamerhand zijn bouwbedrijf over te doen aan één van zijn zoons. Hij vertelde het verhaal van de zoon Marcello:

”De dag dat ik mijn vader vertelde dat ik jarenlang geworsteld heb met homoseksuele gevoelens kan ik me nog goed herinneren. Het had lang geduurd voordat ik eraan toe was hem mijn verhaal te vertellen. Ik was tegen de dertig toen ik leerde met mijn gevoelens om te gaan in plaats van ze weg te duwen of te ontkennen. De relatie met mijn vriendin werd steeds moeizamer. Het was in deze periode dat ik mijn vader belde: “Ik wil eens met u praten”. Ik wist dat ik hem pijn ging doen”.

Als je met vrienden over een dergelijk onderwerp in gesprek raakt, ben je op slag klaarwakker. Dan realiseer je je dat homoseksualiteit in Nederland nog steeds een taboe is. Steeds minder maar nog steeds een taboe. Ook voel je instinctief aan dat degene die -soms jarenlang- met zo’n geheim hebben rondgelopen, zich slachtoffer voelen en bloedserieus genomen moeten worden. Tenminste, ik voelde dat wel zo.

Voor de meeste ouders die uit de mond van hun kind horen dat hij of zij homoseksueel is, komt dit nieuws hard aan. Misschien was er een vermoeden, misschien ook niet, maar als het hoge woord eruit is, brengt dit bij veel ouders heftige emoties naar boven. Het vraagt tijd en veel energie om dit nieuws te verwerken en om het een plaats te geven.

Sommige ouders hebben de neiging om als hun zoon of dochter met het ”ik ben homo” verhaal komt, dit te relativeren. Ze kunnen reageren met: “Het zal wel een fase zijn die overgaat”. Of: “Als hij zich wat meer op meisjes richt, zal hij wel gevoelens voor hen krijgen”. Of: ”Het kan niet waar zijn dat mijn kind ‘zo’ is”. Hoewel een dergelijke reactie voordehandliggend is, ervaart het kind dat met zijn verhaal naar buiten is gekomen deze reactie als pijnlijk. Mogelijk heeft de reactie van ouders te maken met ontkenning. Ontkenning is een mechanisme dat ons beschermt tegen hevige emoties, in feite willen we niet onder ogen zien wat we als pijnlijk ervaren. Deze reactie doet echter geen recht aan het verhaal van de ander. Hij zal zich niet begrepen voelen en kan zich als gevolg hiervan (verder) van hen afwenden.

Als dan langzamerhand de werkelijkheid begint door te dringen, worden de ouders geconfronteerd met de eigen emoties. Een reactie die veel voorkomt is verdriet. Dit kan overweldigend en verlammend verdriet zijn. Een ander veelvoorkomende reactie aan de kant van ouders is dat ze zich schuldig voelen over het feit dat hun kind ‘anders’ is. ”Ligt het aan ons?” Hadden we het kunnen voorkomen?” Er kunnen anderen zijn die deze ouders fijntjes onder de neus wrijven dat het inderdaad aan hen zal hebben gelegen dat hun kind homoseksueel is. Het is niet terecht om ingewikkelde processen, zoals die in het leven van een kind dat later blijkt homoseksueel te zijn plaatsvindt, op deze wijze te simplificeren. De werkelijkheid is veel complexer.

Een van de factoren die een rol van betekenis spelen bij de ontwikkeling van homoseksualiteit kan inderdaad te maken hebben met de relatie tussen de ouders en het kind. Verhoudingen in het gezin kunnen ertoe bijdragen dat in het leven van het kind scheefgroei plaatsvindt. Zo is er bij veel mensen met een homoseksuele gerichtheid in hun kindertijd sprake geweest van ”defensieve losmaking” ten opzichte van de ouder van dezelfde sekse, het kind neemt op een blijvende manier afstand van de ouder van dezelfde sekse uit angst om (opnieuw) gekwetst te worden. Het is mogelijk dat de ouders aanleiding hebben gegeven voor deze reactie.

Terwijl men bezig is de eigen emoties een plaats te geven, wordt men ook geconfronteerd met praktische vragen: hoe ga ik om met mijn zoon of dochter die ervoor kiest zijn of haar homoseksualiteit te aanvaarden als identiteit? En hoe ga ik om met zijn of haar eventuele partner?

Het is erg laat geworden die avond. We zijn er niet uitgekomen. Reden voor mij om over homoseksualiteit een column te schrijven. Het bouwbedrijf van de kennis van mijn vriend staat te koop.

Bron: Bob Davis, Anita Worthen, …en toch zo anders. Omgaan met homoseksualiteit in je familie- en vriendenkring, Uitgeverij Medema, 2002.

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: