Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Kok transparant’ Category

Nadenken over ethiek, integriteit en transparantie is uitstekend. Het helpt Nederland verder in het vormen van relaties tussen partijen die producten of diensten aan te bieden hebben en die deze producten en diensten consumeren.

Transparant zijn over de waarden die gepaard zijn gegaan met de ontwikkeling, productie en vermarkten van een product of dienst, is waardevol voor diegenen die ze gaat aanschaffen. In dit nog relatief jonge vakgebied zijn we pas aan het verkennen en aan het boetseren.

Erna Scholtes promoveert op 16 april op haar proefschrift: ”Transparantie, icoon van een dolende overheid”. De boodschap die zij bij de verdediging aan haar toehoorders terecht gaat meegeven, is dat – kort samengevat – transparantie een begrip is dat in de politiek en bij bestuurders heel populair is geworden, maar dat de betekenis ervan niet eenduidig is. Verder stelt zij dat lenige begrippen als transparantie onmisbaar voor bestuurders zijn. ”Het gebruik ervan is dan ook niet af te keuren, maar we doen er goed aan kritisch te blijven op de achterliggende bedoelingen”, zo valt in het persbericht van Tilburg University te lezen.

Met respect, maar ik beweer iets anders. Spreken over en promoveren op alleen transparantie, heeft iets van een ongelijkheid met twee variabelen waarbij het antwoord reeds vaststaat. Aan transparantie alleen heb je als toehoorder niets. En zeker als je de onderliggende normen en waarden van de boodschapper (nog) niet kent. Je koopt niets voor alleen een transparant verhaal van een schijnbaar bewogen bestuurder over de bijdrage van zijn organisatie aan het terugdringen van het smelten van de noordelijke ijskap, als hij privé aandelen van kolencentrales aanhoudt.

Met name medepromotor professor Pauline Meurs heeft in het begin van deze eeuw prima werk verzet om tot meer en betere verantwoording te komen. Met de governancecodes die zij in het kielzog van de inmiddels overleden Morris Tabaksblat voor de not-for-profit organisaties heeft gemaakt, laat zij zien dat good governance (verantwoording over deugdelijk bestuur) gebaseerd is op normen waarbij de (organisatie)waarden leidend zijn. Het zijn dus de normen en waarden waar iedere governancecode op drijft. Dit uitgangspunt wordt nog eens versterkt door de ontsnappingsclausule die in de code ingebakken zit: ”apply or deny”, ofwel: pas toe of negeer. En leg je negeerkeuze uit.

Transparantie is in mijn ogen per definitie het einde van een keten. Transparantie dient de resultante te zijn van integer handelen op basis van een (bedrijfs)ethisch waardenpalet; ”Cultural Web”, voor intimi. Ben je integer, dan ben je de facto altijd bereid om op ieder gewenst moment verantwoording af te leggen over de keuzen die je hebt gemaakt. Ook over de impopulaire keuzen. En je wilt ook graag in discussie met je toehoorders over de dilemma’s die je onderweg hebt moeten overwinnen.

Mijns inziens staan de tegenwoordige denkers over transparantie als solitair vakgebied, aan de verkeerde kant van het proces. En dat is een feest voor lieden die wel transparant willen lijken maar het in de kern niet zijn. Transparantie kan voor deze lenige bestuurders een verhullende deken zijn, die naar willekeur ingezet kan worden. Lenig, in de zin van gewiekst, staat haaks op de essentie van transparantie. Het gevaar loert dat de jongens van de afdeling Marketing met het begrip transparantie aan de haal gaan. Dan zijn we verder van huis omdat er dan heel snel sprake zal zijn van een in inhoudsloos begrip dat transparantie heet.

Transparantie heeft nog een derde, en zo u wilt, een vierde keerzijde. Deze ligt in het verlengde van de eerder gemaakte Marketing-opmerking. Sommige zaken hoeft “de doelgroep” helemaal niet te weten. Transparant zijn over transparantie is overbodig en zelfs ongewenst. Van een pak melk in de supermarkt willen we de ingrediënten weten om te kunnen bepalen hoe gezond deze inhoud voor ons is. Er hoeft voor de gemiddelde consument niet vermeld te worden van welke koe deze melk afkomstig is, waar zij graast en wat zij aan vierkante meters krijgt toebedeeld. Als het een BSE-vrij exemplaar is dat in een weiland rondstapt, dan is de consument al dik tevreden.

Generieke consumententransparantie heeft een beduidend andere dynamiek dan bijvoorbeeld de transparantie van de bestuurder van PostNL, die via de achterdeur werknemers ontslaat en ze door de voordeur weer parttime aanneemt. Hij zal deze mensencarrousel desgevraagd proberen uit te leggen. Technisch, financieel en feitelijk. Wat mij interesseert, is hoe zijn bedrading én de bedrading van zijn organisatie in elkaar zit. Om te kunnen inschatten of er sprake is van een recidivegevaar.

Dit artikel is 13 april 2012 gepubliceerd op de opiniewebsite http://www.Joop.nl

Read Full Post »

Mijn werk in de gezondheidszorg is uitermate boeiend. In de achterliggende acht jaar heb ik in menig keuken gekeken. Meestal bij zorgaanbieders in de cure sector. Van de traditionele ziekenhuizen heb ik niet veel kaas gegeten. Ik houd niet van bloed en snijden.

Met name de geestelijke gezondheidszorg heeft mijn warme belangstelling. De GGZ is met 4% van het totale budget een betrekkelijk kleine speler op de zorgmarkt. De focus van budgetverdelend Nederland richt zich op de veel grotere ziekenhuissector.

Samen met de gehandicaptenzorg, thuiszorg, verpleeg- en verzorgingshuiszorg, werkt de GGZ voor de allerzwaksten van onze samenleving. Dit is mooi en dankbaar werk. Nieuw perspectief bieden aan de dolenden en sleutelen aan mensen die de weg kwijt zijn. Juist met die diepgewortelde maatschappelijke taak mag je van de GGZ verwachten dat er goed is nagedacht over besturing, zorgplannen, behandelmethodieken, medicatie en verbeteringen. De sector bestaat tenslotte al meer dan een eeuw.

Zowel de voormalig ministers Hoogervorst, Klink als nu Schippers hebben kennelijk een beeld van de GGZ dat grofweg overeenkomt met mijn observaties: amateuristisch geleide zorgaanbieders. Jaar na jaar zijn er stevige budgetkortingen doorgevoerd en telkens blijkt dat er meer mensen geholpen zijn tegen een gelijkblijvende of lagere omzet. Het zou dus zo moeten zijn dat GGZ-instellingen op hun reserves hebben ingeteerd. Dit blijkt niet het geval, een enkele uitzondering daargelaten. Zowel in absolute zin als qua ratio’s, zijn de omzet- en vermogensposities sterk verbeterd. Het eigen vermogen is behoorlijk gegroeid om met name ”een betere positie op de financiële markten” te krijgen.

Je hoort de minister denken: ”Waarvoor heb jij een betere positie op de financiële markt nodig? Wat was jij dan van plan te gaan aanschaffen?” Nog een poli met nog meer klinische bedden? In een zorgveld waar de vraag grillig is en snel evolueert, is het juist onhandig dat je eigen locaties hebt. Om flexibel te blijven kan je beter huren. Zeker als nog geen idee hebt wat je over twee jaar aan zorgproducten gaat leveren en aan wie.

Al zou Schippers het al willen, dan is het nog de GGZ zelf die haar geen argumenten geeft om als onbezoldigd ambassadeur voor de sector op te treden: ”Meer doen met minder geld en een uitdijend eigen vermogen? Volgend jaar korten we weer”. Zo werkt het bij de plaatselijke bakker ook.

Al jarenlang is dan ook de hamvraag wat de kwaliteit van het afgeleverde werk is. Zijn mensen echt geholpen en opgeknapt? Hebben zij dat nieuwe perspectief gekregen? Zijn mensen daadwerkelijk van hun stoornis verlost?

Zoals iedere financier doet, kijkt ook de minister naar haar rendement door zich de vraag te stellen of haar euro doel getroffen heeft of weggegooid geld is. Al decennia blinkt de sector uit in het schuldig blijven van dit antwoord. Smoezen genoeg maar aan harde data ontbreekt het simpelweg. Na het afschaffen van preventiegelden zou de GGZ overspoeld worden met tsunami aan nieuwe patiënten. Niks van gemerkt. Korten op subsidie voor loopgroepen en gebruikersruimten zou massa’s nieuwe dolenden opleveren. Niks van gezien. En zo wemelt het van de voorbeelden.

In de grote steden hoor je het verweer dat de GGZ de kosten heeft gemaakt om overlastgevenden uit het straatbeeld te halen en dat de revenuen daarvan terecht gekomen zijn bij politie (minder interventies), verzekeraars (minder diefstallen en inbraken) en woningbouwverenigingen (minder huisuitzettingen). In plaats van naar anderen te wijzen zou het slimmer zijn als de GGZ bikkelhard zou aantonen dat de euro van de minister heeft gerendeerd.

Er zijn heel veel zorgonderwerpen te benoemen die dit ”toon aan”, ”laat zien” en ”maak hard” als antwoord moeten hebben. Dit betekent dat de GGZ de interne sturing moet richten op hard cijfermateriaal. Het ultieme bewijs dat doelmatig met de subsidie-euro is omgesprongen. Er zal geen minister zijn die minder budget beschikbaar stelt aan een sector die onomstotelijk aantoont dat de financiering rendeert. Toekomstige budgetkortingen kan de sector zo zelf voorkomen.

Het doet pijn te ervaren dat deze bewijsattitude nauwelijks in de GGZ leeft. Het protocolleren van ziektebeelden is mede door toedoen van de sector zelf zo’n woud aan regels en uitzonderingen geworden, dat sturen op output nauwelijks mogelijk is. Zelfs brancheorganisatie GGZ Nederland, die samen met Zorgverzekeraars Nederland een initiatief heeft opgezet om te kunnen benchmarken (SBG), laakt wanhopig de weigering van haar leden om behandelresultaten aan te leveren. Bestuurder Aartjan Beekman van GGZ inGeest en hoogleraar psychiatrie van VU Medisch Centrum, roept zelfs publiekelijk op tot verzet tegen het verplicht aanleveren van data. De GGZ blijft hierdoor een hoog hocus pocus gehalte houden.

Bestuursvoorzitters praten liever over bestuurlijke samenwerking, aanschaf van onroerend goed, administratieve trucs om net onder de Balkenende-norm te blijven, ontschotting in bekostigingssystematiek, duaal leiderschap et cetera. Stuk voor stuk onderwerpen die nauwelijks van belang zijn en slechts de aandacht afleiden van de primaire opdracht van een zorgorganisatie.

Als je echt een slap verhaal over de GGZ wilt horen, dan moet je aan een bestuursvoorzitter vragen waar hij/zij met zijn organisatie over twee jaar staat. En welke zorgproducten hij/zij dan denkt te kunnen aanbieden en aan wie. Omdat hij essentieel is, stel ik die vraag af en toe.

Noot voor mijn criticasters. Nee, ik heb er geen enkele moeite mee om het eigen nest te bevuilen. De maatschappelijke opdracht die de GGZ heeft meegekregen, is zoveel belangrijker dan onnodig geneuzel en egotripperij. Het is hoog tijd dat de sector zich – omwille van de patiënten – gaat realiseren dat verantwoording over het doelmatig gebruik van externe middelen, de enige kurk is waar de toekomst van de sector op drijft. Bestuursvoorzitters wil ik adviseren om maar eens te beginnen om bij iedere besluit dat je neemt, je de vraag te stellen of je dit ook gedaan zou hebben als je het uit eigen portemonnee zou moeten betalen. Good Governance heet dit proces. Sinds de invoering in 2007 van de zorgbrede Governancecode van professor Pauline Meurs werd u al geacht zo te rapporteren.

Dit artikel is 30 maart 2012 gepubliceerd op de opiniewebsite http://www.DeJaap.nl

Read Full Post »

Moet je voor de aardigheid eens proberen om bij organisaties zoals Eneco, KPN en UPC  de automatische incasso in te ruilen voor een acceptgiro. Gewoon om grip op je eigen financiën te houden. Het wordt je dan zo moeilijk gemaakt met administratieve procedures, tegenwerpingen en zelfs incassobureau’s, dat je het na een tijdje vanzelf wel opgeeft. Althans, daar anticipeert men op. Ik geef niet op en ik heb geen automatische incasso’s meer lopen, maar ben wel klant bij Eneco, KPN en UPC.

Er zijn ondernemingen die heel erg ver gaan om jou te laten doen wat zij graag willen. Tot en met het plegen van fraude. Sterk verhaal? Nee hoor. Mijn schoonvader zaliger heeft een paar jaar geleden een nieuwe heup gekregen. Toen wij de rekening(en) van het Clara ziekenhuis – nu het Maasstad Ziekenhuis – ontvingen, hebben we die netjes voldaan. Bijna een jaar later ontving mijn schoonmoeder exact eenzelfde nota van zorgverzekeraar Achmea, met het verzoek deze binnen een maand te betalen. Met een Pavlov-reactie werd de overschrijfkaart gepakt om de betaling te verrichten. Terloops ving ik de opmerking op dat zo’n heupoperatie toch een hoop geld kostte. Door op tijd in te grijpen kon ik voorkomen dat de rekening voor de tweede keer zou worden voldaan. En dan wordt het zeker een dure heup.

Dan begint het gevecht. Een briefje sturen naar de Achmea met een verzoek tot uitleg. Na een ellenlange briefwisseling kwam uiteindelijk vast te staan dat het Clara zowel bij ons alsook bij Achmea dezelfde operatie in rekening had gebracht. Clara had dezelfde operatie twee maal gedeclareerd. Je zou dan denken dat Achmea deze kwestie als afgedaan zou beschouwen. Het tegendeel bleek waar. Achmea verzocht ons om onze betaling bij het Clara terug te vorderen om vervolgens Achmea te kunnen betalen. Zijn ze helemaal van de pot gerukt?

Het Clara ziekenhuis pleegt fraude door tweemaal dezelfde operatie in rekening te brengen. Zelfs met hetzelfde DBC-nummer op dezelfde datum en dezelfde patiënt. Met zo’n zorgaanbieder doet Achmea zaken. Clara is Achmea’s business partner en zij keuren het frauduleuze declaratiegedrag van Clara blijkbaar goed. Achter de tralies met die lui, Clara en Achmea. Van Achmea hebben we niets meer gehoord. Het excuusbloemetje zal inmiddels wel verwelkt zijn.

Mensen die het lef hebben om tegen administratieve molochs op te boksen, kunnen trots zijn op zichzelf. Met een gezond verstand, vasthoudendheid, a little help from friends en de inzet van kennis op het juiste moment, kom je in dit land erg ver. Een slimme David schopt het verder dan een gehaaide Goliath.

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: